Belastingdienst rekent met 36% tarief en 6,00% voor ‘overige bezittingen’
Box 3 blijft een belangrijk thema voor recreatiewoningen. In 2026 rekent de Belastingdienst in de voorlopige aanslag met 36% en 6,00% voor overige bezittingen.
Waarom box 3 zo belangrijk is bij een recreatiewoning
Voor veel particuliere eigenaren valt een recreatiewoning (tweede woning) in box 3. Dat maakt het verschil tussen bruto verhuuropbrengst en netto rendement extra relevant—zeker bij stijgende lasten.
Wat publiceert de Belastingdienst over de voorlopige aanslag 2026?
De Belastingdienst legt uit hoe het box 3-inkomen op de voorlopige aanslag 2026 wordt berekend. Daarbij wordt het box 3-belastingtarief voor 2026 genoemd (36%) en een rekenpercentage voor “beleggingen en andere bezittingen” van 6,00% (zoals in het rekenvoorbeeld op de pagina).
Wat betekent dit voor oriëntatie en verkoopargumenten?
Voor websites en nieuwscommunicatie is dit een belangrijk haakje:
⦁ kopers willen vaker “netto” doorrekenen
⦁ verkoopteksten die alleen op huurpotentie sturen, overtuigen minder zonder fiscale context
⦁ transparantie over kosten en scenario’s wordt een onderscheidende factor
Let op: dit is algemene informatie; de fiscale behandeling verschilt per situatie. Laat je bij twijfel adviseren.
Bron: Belastingdienst – berekening box 3-inkomen voorlopige aanslag 2026. (belastingdienst.nl)
Word lid van de discussie